Decoratief schilderwerk aan klassieke schepen

Ons schildersbedrijf bevindt zich in het centrum van Terherne, een dorpje gelegen ‘in het hart van het Friese waterland’. Zoals de naam al zegt heeft ons familiebedrijf een lange historie, en eigenlijk is ons schildersbedrijf nog veel ouder dan 1880, want eind 18e eeuw was er op dezelfde plek al een ‘verwer en glazenmaker’ gevestigd: Eeltje Reins (van der Werf). Via Johannes Aukes en Auke Johannes de Jong kwam het bedrijf in 1880 in handen van Folkert Gerrits van der Meer. Dat was mijn ‘oerpake’ en in Terherne noemden ze hem Folkert Ferver.

Door de aanleg van de Nieuwe Slachte, de Terhernster sluis en het uitdiepen van de Zandsloot nam het scheepvaartverkeer over Terherne rond 1880 flink toe. Daardoor kwam er veel meer werk aan schepen, ook bij de helling van Van der Hoop (nu Leemburg). Schippers van houten tjalken en skûtsjes haalden bij ons bedrijf hun lijnolie, droge verfstof en harpuis om de romp bij te houden, maar de echte schilderklusjes lieten ze over aan ‘de ferver’.

Wat voor schilderwerk werd er dan zoal gedaan door ‘de ferver’?

Bij de buitenkant van het schip zijn het meestal dezelfde onderdelen, in vaak terugkerende kleuren:

-De schilder werd ingeschakeld om de spiegel ‘af te zetten’; de kont werd schoongekrabt en in de lichte harpuis of copallak gezet. Daaromheen werd het hout door de schipper zelf donkerder geteerd of behandeld met harpuis gemengd met beenzwart.
-Het schilderen van losse onderdelen zoals het helmhout. Heel vaak in de kleur chromaatgroen, soms in Parijs groen (prachtig maar uiterst giftig, want het bevatte arseen).
-De kop van het roer (de klik) werd versierd met goud en strooiblauw.
-Watervaatjes werden in chromaatgroen, vermiljoenrood en wit gezet, de roef vaak zeegroen.
-De naamborden werden geschilderd in groen, strooiblauw en van vergulde letters voorzien.
-De top van de mast, zwart en wit.
-De poortjes rood, wit en goud.
-Het scheerhoutje werd vaak verguld!
-Ook aan de ingang werd rood gebruikt, waarschijnlijk de binnenkant van de deurtjes en misschien de ‘bedelbalk’.
-Aan de binnenkant van het Durksluik liet een schipper zo nu en dan een schildering maken, meestal een schip.
-De roef, “fronder” genoemd in de opschrijfboeken, werd vaak gehout in lichteiken met een zwart gemarmerde schoorsteenmantel, de zittingen van de banken werden wit gemarmerd.
-Er werd een loper op de trap geschilderd en een kleedje op de tafel (trompe-l’oeil).

Toen er ijzeren schepen kwamen bleven deze onderdelen eerst in dezelfde kleuren, maar nu moest ook de romp worden geschilderd. Een nieuw schip kwam vaak wit van de helling en een oppassende schipper voer er een paar jaar zo mee, maar als de roestduivel zijn eerste werk had gedaan kwam er al gauw een kleurtje op. Havannabruin lag voor de hand want dat had bijna de kleur van ijzermenie, maar er werd ook vaak lichtgeel of lichtgroen gebruikt.

De spiegel werd vaak geel geschilderd, maar schippers lieten de kont ook wel ‘houten’ (voorzien van houtimitatie), gewend als ze waren aan de schoongekrabte konten van hun houten skûtsjes.

Ook de roeven werden nog lang gehout en gemarmerd, bovendien maakte mijn pake vaak een schoorsteenstukje, dat is een schilderijtje boven de kachel.

Ik heb dit allemaal meegekregen van mijn pake Gerrit Folkerts van der Meer, die in 1914 het bedrijf overnam en tot op hoge leeftijd doorwerkte, zelfs nadat mijn vader Wytse in 1961 ferversbaas werd. Ook is er heel veel vastgelegd in onze oude boekhouding die vanaf 1880 bewaard is gebleven.

Van jongs af aan heb ik altijd interesse gehad in skûtsjes. De oude skûtsjeschippers woonden vlak om ons heen en kwamen ook in mijn jeugd nog bij ons in de ‘ferfwinkel’.

Ook had ik al jong aardigheid in tekenen en schilderen, dus lag het voor de hand dat ik ook schilder zou worden.

Ik heb eerst gewerkt als decoratieschilder bij decorbouwer Beb Mulder, en ook bij mijn vader in het schildersbedrijf. Van pake Gerrit heb ik de beginselen van de hout- en marmerimitatie geleerd en heb later ook cursussen hierin gevolgd.

Begin 1991 nam ik het bedrijf over van mijn vader en ik was inmiddels ook al besmet met het skûtsjesyl virus. Ik kon bemanningslid worden van de Lege Wâlden van Pyt Kamstra (een zusterschip van de Waaksdom) en ik zeil tot op heden nog steeds mee als fokkenist op dit illustere schip.

In mijn bedrijf houd ik mij naast het reguliere schilderwerk bezig met decoratief schilderwerk van zowel woningen als schepen. Bij schepen bestaat dat vooral hout- en marmerimitatie, maar ook aanbrengen van lofwerk en het schilderen van naamborden, roerklikken of een schildering op een durksluik komt regelmatig voor. Kortom, ik probeer weer een beetje sjeu onze aan schepen te geven.

Daarnaast heb ik mij flink verdiept in de historie van kleur aan Friese binnenvaartschepen en ben ik terecht gekomen in het bestuur van Foar de Neiteam, waar we ons bezig houden met geschiedenis van skûtsjes en andere Fries varend erfgoed.

Daarom is het ook zo leuk om met de Waaksdom van Ulbe Zwaga iets te laten zien van hoe skûtsjes er in het verleden uit hebben gezien: de spiegel wordt gehout, het roer komt in de kleuren van de romp en het helmhout wordt geverfd, ook de poortjes krijgen weer kleur.

Ik zal zaterdag 9 februari en zondag 10 februari aanwezig zijn bij de waaksdom op stand nummer 2025.